Vervoeging van toelichten

Onbepaalde wijs (infinitief): toelichten


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik licht toe
    • jij licht toe
    • hij/zij/het licht toe
    • wij lichten toe
    • jullie lichten toe
    • zij lichten toe
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik lichtte toe
    • jij lichtte toe
    • hij/zij/het lichtte toe
    • wij lichtten toe
    • jullie lichtten toe
    • zij lichtten toe
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb toegelicht
    • jij hebt toegelicht
    • hij/zij/het heeft toegelicht
    • wij hebben toegelicht
    • jullie hebben toegelicht
    • zij hebben toegelicht
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had toegelicht
    • jij had toegelicht
    • hij/zij/het had toegelicht
    • wij hadden toegelicht
    • jullie hadden toegelicht
    • zij hadden toegelicht
  • Toekomende tijd I

    • ik zal toelichten
    • jij zult toelichten
    • hij/zij/het zal toelichten
    • wij zullen toelichten
    • jullie zullen toelichten
    • zij zullen toelichten
  • Toekomende tijd II

    • ik zal toegelicht hebben
    • jij zult toegelicht hebben
    • hij/zij/het zal toegelicht hebben
    • wij zullen toegelicht hebben
    • jullie zullen toegelicht hebben
    • zij zullen toegelicht hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou toelichten
    • jij zou toelichten
    • hij/zij/het zou toelichten
    • wij zouden toelichten
    • jullie zouden toelichten
    • zij zouden toelichten
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben toegelicht
    • jij zou hebben toegelicht
    • hij/zij/het zou hebben toegelicht
    • wij zouden hebben toegelicht
    • jullie zouden hebben toegelicht
    • zij zouden hebben toegelicht
  • Imperatief

    • jij licht toe
    • jullie licht toe

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van toelichten