Vervoeging van voeden


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik voed
    • jij voedt
    • hij/zij/het voedt
    • wij voeden
    • jullie voeden
    • zij voeden
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik voedde
    • jij voedde
    • hij/zij/het voedde
    • wij voedden
    • jullie voedden
    • zij voedden
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb gevoed
    • jij hebt gevoed
    • hij/zij/het heeft gevoed
    • wij hebben gevoed
    • jullie hebben gevoed
    • zij hebben gevoed
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had gevoed
    • jij had gevoed
    • hij/zij/het had gevoed
    • wij hadden gevoed
    • jullie hadden gevoed
    • zij hadden gevoed
  • Toekomende tijd I

    • ik zal voeden
    • jij zult voeden
    • hij/zij/het zal voeden
    • wij zullen voeden
    • jullie zullen voeden
    • zij zullen voeden
  • Toekomende tijd II

    • ik zal gevoed hebben
    • jij zult gevoed hebben
    • hij/zij/het zal gevoed hebben
    • wij zullen gevoed hebben
    • jullie zullen gevoed hebben
    • zij zullen gevoed hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou voeden
    • jij zou voeden
    • hij/zij/het zou voeden
    • wij zouden voeden
    • jullie zouden voeden
    • zij zouden voeden
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben gevoed
    • jij zou hebben gevoed
    • hij/zij/het zou hebben gevoed
    • wij zouden hebben gevoed
    • jullie zouden hebben gevoed
    • zij zouden hebben gevoed
  • Imperatief

    • jij voed
    • jullie voedt

Verwijzingen

Bekijk 3 definitie(s) van voeden