Vervoeging van wedijveren

Onbepaalde wijs (infinitief): wedijveren


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik wedijver
    • jij wedijvert
    • hij/zij/het wedijvert
    • wij wedijveren
    • jullie wedijveren
    • zij wedijveren
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik wedijverde
    • jij wedijverde
    • hij/zij/het wedijverde
    • wij wedijverden
    • jullie wedijverden
    • zij wedijverden
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb gewedijverd
    • jij hebt gewedijverd
    • hij/zij/het heeft gewedijverd
    • wij hebben gewedijverd
    • jullie hebben gewedijverd
    • zij hebben gewedijverd
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had gewedijverd
    • jij had gewedijverd
    • hij/zij/het had gewedijverd
    • wij hadden gewedijverd
    • jullie hadden gewedijverd
    • zij hadden gewedijverd
  • Toekomende tijd I

    • ik zal wedijveren
    • jij zult wedijveren
    • hij/zij/het zal wedijveren
    • wij zullen wedijveren
    • jullie zullen wedijveren
    • zij zullen wedijveren
  • Toekomende tijd II

    • ik zal gewedijverd hebben
    • jij zult gewedijverd hebben
    • hij/zij/het zal gewedijverd hebben
    • wij zullen gewedijverd hebben
    • jullie zullen gewedijverd hebben
    • zij zullen gewedijverd hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou wedijveren
    • jij zou wedijveren
    • hij/zij/het zou wedijveren
    • wij zouden wedijveren
    • jullie zouden wedijveren
    • zij zouden wedijveren
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben gewedijverd
    • jij zou hebben gewedijverd
    • hij/zij/het zou hebben gewedijverd
    • wij zouden hebben gewedijverd
    • jullie zouden hebben gewedijverd
    • zij zouden hebben gewedijverd
  • Imperatief

    • jij wedijver
    • jullie wedijvert

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van wedijveren