Vervoeging van aanstevenen

Onbepaalde wijs (infinitief): aanstevenen

Er is helaas geen Spaanse vertaling gevonden.

  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik steven aan
    • jij stevent aan
    • hij/zij/het stevent aan
    • wij stevenen aan
    • jullie stevenen aan
    • zij stevenen aan
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik stevende aan
    • jij stevende aan
    • hij/zij/het stevende aan
    • wij stevenden aan
    • jullie stevenden aan
    • zij stevenden aan
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb aangestevend
    • jij hebt aangestevend
    • hij/zij/het heeft aangestevend
    • wij hebben aangestevend
    • jullie hebben aangestevend
    • zij hebben aangestevend
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had aangestevend
    • jij had aangestevend
    • hij/zij/het had aangestevend
    • wij hadden aangestevend
    • jullie hadden aangestevend
    • zij hadden aangestevend
  • Toekomende tijd I

    • ik zal aanstevenen
    • jij zult aanstevenen
    • hij/zij/het zal aanstevenen
    • wij zullen aanstevenen
    • jullie zullen aanstevenen
    • zij zullen aanstevenen
  • Toekomende tijd II

    • ik zal aangestevend hebben
    • jij zult aangestevend hebben
    • hij/zij/het zal aangestevend hebben
    • wij zullen aangestevend hebben
    • jullie zullen aangestevend hebben
    • zij zullen aangestevend hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou aanstevenen
    • jij zou aanstevenen
    • hij/zij/het zou aanstevenen
    • wij zouden aanstevenen
    • jullie zouden aanstevenen
    • zij zouden aanstevenen
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben aangestevend
    • jij zou hebben aangestevend
    • hij/zij/het zou hebben aangestevend
    • wij zouden hebben aangestevend
    • jullie zouden hebben aangestevend
    • zij zouden hebben aangestevend
  • Imperatief

    • jij steven aan
    • jullie stevent aan