Vervoeging van aantrekken

Onbepaalde wijs (infinitief): aantrekken


Nederlands

Engels

Onvoltooid tegenwoordige tijd

  • ik trek aan
  • jij trekt aan
  • hij/zij/het trekt aan
  • wij trekken aan
  • jullie trekken aan
  • zij trekken aan

Present

  • I recruit
  • you recruit
  • he/she/it recruits
  • we recruit
  • you recruit
  • they recruit

Onvoltooid verleden tijd

  • ik trok aan
  • jij trok aan
  • hij/zij/het trok aan
  • wij trokken aan
  • jullie trokken aan
  • zij trokken aan

Simple past

  • I recruited
  • you recruited
  • he/she/it recruited
  • we recruited
  • you recruited
  • they recruited

Voltooid tegenwoordige tijd

  • ik heb aangetrokken
  • jij hebt aangetrokken
  • hij/zij/het heeft aangetrokken
  • wij hebben aangetrokken
  • jullie hebben aangetrokken
  • zij hebben aangetrokken

Present perfect

  • I have recruited
  • you have recruited
  • he/she/it has recruited
  • we have recruited
  • you have recruited
  • they have recruited

Voltooid verleden tijd

  • ik had aangetrokken
  • jij had aangetrokken
  • hij/zij/het had aangetrokken
  • wij hadden aangetrokken
  • jullie hadden aangetrokken
  • zij hadden aangetrokken

Past perfect

  • I had recruited
  • you had recruited
  • he/she/it had recruited
  • we had recruited
  • you had recruited
  • they had recruited

Toekomende tijd I

  • ik zal aantrekken
  • jij zult aantrekken
  • hij/zij/het zal aantrekken
  • wij zullen aantrekken
  • jullie zullen aantrekken
  • zij zullen aantrekken

Future

  • I will recruit
  • you will recruit
  • he/she/it will recruit
  • we will recruit
  • you will recruit
  • they will recruit

Toekomende tijd II

  • ik zal aangetrokken hebben
  • jij zult aangetrokken hebben
  • hij/zij/het zal aangetrokken hebben
  • wij zullen aangetrokken hebben
  • jullie zullen aangetrokken hebben
  • zij zullen aangetrokken hebben

Future perfect

  • I will have recruited
  • you will have recruited
  • he/she/it will have recruited
  • we will have recruited
  • you will have recruited
  • they will have recruited

Conditionalis I

  • ik zou aantrekken
  • jij zou aantrekken
  • hij/zij/het zou aantrekken
  • wij zouden aantrekken
  • jullie zouden aantrekken
  • zij zouden aantrekken

Conditional present

  • I would recruit
  • you would recruit
  • he/she/it would recruit
  • we would recruit
  • you would recruit
  • they would recruit

Conditionalis II

  • ik zou hebben aangetrokken
  • jij zou hebben aangetrokken
  • hij/zij/het zou hebben aangetrokken
  • wij zouden hebben aangetrokken
  • jullie zouden hebben aangetrokken
  • zij zouden hebben aangetrokken

Conditional perfect

  • I would have recruited
  • you would have recruited
  • he/she/it would have recruited
  • we would have recruited
  • you would have recruited
  • they would have recruited

Imperatief

  • jij trek aan
  • jullie trekt aan

Imperative

  • you recruit
  • you recruit

Verwijzingen

Bekijk 5 definitie(s) van aantrekken