Vervoeging van adopt

Engels

Nederlands

Present

  • I adopt
  • you adopt
  • he/she/it adopts
  • we adopt
  • you adopt
  • they adopt

Onvoltooid tegenwoordige tijd

  • ik dramatiseer
  • jij dramatiseert
  • hij/zij/het dramatiseert
  • wij dramatiseren
  • jullie dramatiseren
  • zij dramatiseren

Simple past

  • I adopted
  • you adopted
  • he/she/it adopted
  • we adopted
  • you adopted
  • they adopted

Onvoltooid verleden tijd

  • ik dramatiseerde
  • jij dramatiseerde
  • hij/zij/het dramatiseerde
  • wij dramatiseerden
  • jullie dramatiseerden
  • zij dramatiseerden

Present perfect

  • I have adopted
  • you have adopted
  • he/she/it has adopted
  • we have adopted
  • you have adopted
  • they have adopted

Voltooid tegenwoordige tijd

  • ik heb gedramatiseerd
  • jij hebt gedramatiseerd
  • hij/zij/het heeft gedramatiseerd
  • wij hebben gedramatiseerd
  • jullie hebben gedramatiseerd
  • zij hebben gedramatiseerd

Past perfect

  • I had adopted
  • you had adopted
  • he/she/it had adopted
  • we had adopted
  • you had adopted
  • they had adopted

Voltooid verleden tijd

  • ik had gedramatiseerd
  • jij had gedramatiseerd
  • hij/zij/het had gedramatiseerd
  • wij hadden gedramatiseerd
  • jullie hadden gedramatiseerd
  • zij hadden gedramatiseerd

Future

  • I will adopt
  • you will adopt
  • he/she/it will adopt
  • we will adopt
  • you will adopt
  • they will adopt

Toekomende tijd I

  • ik zal dramatiseren
  • jij zult dramatiseren
  • hij/zij/het zal dramatiseren
  • wij zullen dramatiseren
  • jullie zullen dramatiseren
  • zij zullen dramatiseren

Future perfect

  • I will have adopted
  • you will have adopted
  • he/she/it will have adopted
  • we will have adopted
  • you will have adopted
  • they will have adopted

Toekomende tijd II

  • ik zal gedramatiseerd hebben
  • jij zult gedramatiseerd hebben
  • hij/zij/het zal gedramatiseerd hebben
  • wij zullen gedramatiseerd hebben
  • jullie zullen gedramatiseerd hebben
  • zij zullen gedramatiseerd hebben

Conditional present

  • I would adopt
  • you would adopt
  • he/she/it would adopt
  • we would adopt
  • you would adopt
  • they would adopt

Conditionalis I

  • ik zou dramatiseren
  • jij zou dramatiseren
  • hij/zij/het zou dramatiseren
  • wij zouden dramatiseren
  • jullie zouden dramatiseren
  • zij zouden dramatiseren

Conditional perfect

  • I would have adopted
  • you would have adopted
  • he/she/it would have adopted
  • we would have adopted
  • you would have adopted
  • they would have adopted

Conditionalis II

  • ik zou hebben gedramatiseerd
  • jij zou hebben gedramatiseerd
  • hij/zij/het zou hebben gedramatiseerd
  • wij zouden hebben gedramatiseerd
  • jullie zouden hebben gedramatiseerd
  • zij zouden hebben gedramatiseerd

Imperative

  • you adopt
  • you adopt

Imperatief

  • jij dramatiseer
  • jullie dramatiseert

Verwijzingen

Bekijk 15 definitie(s) van adopt