Vervoeging van afbrengen

Er is helaas geen Franse vertaling gevonden.

  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik breng af
    • jij brengt af
    • hij/zij/het brengt af
    • wij brengen af
    • jullie brengen af
    • zij brengen af
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik bracht af
    • jij bracht af
    • hij/zij/het bracht af
    • wij brachten af
    • jullie brachten af
    • zij brachten af
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb afgebracht
    • jij hebt afgebracht
    • hij/zij/het heeft afgebracht
    • wij hebben afgebracht
    • jullie hebben afgebracht
    • zij hebben afgebracht
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had afgebracht
    • jij had afgebracht
    • hij/zij/het had afgebracht
    • wij hadden afgebracht
    • jullie hadden afgebracht
    • zij hadden afgebracht
  • Toekomende tijd I

    • ik zal afbrengen
    • jij zult afbrengen
    • hij/zij/het zal afbrengen
    • wij zullen afbrengen
    • jullie zullen afbrengen
    • zij zullen afbrengen
  • Toekomende tijd II

    • ik zal afgebracht hebben
    • jij zult afgebracht hebben
    • hij/zij/het zal afgebracht hebben
    • wij zullen afgebracht hebben
    • jullie zullen afgebracht hebben
    • zij zullen afgebracht hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou afbrengen
    • jij zou afbrengen
    • hij/zij/het zou afbrengen
    • wij zouden afbrengen
    • jullie zouden afbrengen
    • zij zouden afbrengen
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben afgebracht
    • jij zou hebben afgebracht
    • hij/zij/het zou hebben afgebracht
    • wij zouden hebben afgebracht
    • jullie zouden hebben afgebracht
    • zij zouden hebben afgebracht
  • Imperatief

    • jij breng af
    • jullie brengt af

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van afbrengen