Vervoeging van afkukelen

Er is helaas geen Franse vertaling gevonden.

  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik kukel af
    • jij kukelt af
    • hij/zij/het kukelt af
    • wij kukelen af
    • jullie kukelen af
    • zij kukelen af
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik kukelde af
    • jij kukelde af
    • hij/zij/het kukelde af
    • wij kukelden af
    • jullie kukelden af
    • zij kukelden af
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb afgekukeld
    • jij hebt afgekukeld
    • hij/zij/het heeft afgekukeld
    • wij hebben afgekukeld
    • jullie hebben afgekukeld
    • zij hebben afgekukeld
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had afgekukeld
    • jij had afgekukeld
    • hij/zij/het had afgekukeld
    • wij hadden afgekukeld
    • jullie hadden afgekukeld
    • zij hadden afgekukeld
  • Toekomende tijd I

    • ik zal afkukelen
    • jij zult afkukelen
    • hij/zij/het zal afkukelen
    • wij zullen afkukelen
    • jullie zullen afkukelen
    • zij zullen afkukelen
  • Toekomende tijd II

    • ik zal afgekukeld hebben
    • jij zult afgekukeld hebben
    • hij/zij/het zal afgekukeld hebben
    • wij zullen afgekukeld hebben
    • jullie zullen afgekukeld hebben
    • zij zullen afgekukeld hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou afkukelen
    • jij zou afkukelen
    • hij/zij/het zou afkukelen
    • wij zouden afkukelen
    • jullie zouden afkukelen
    • zij zouden afkukelen
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben afgekukeld
    • jij zou hebben afgekukeld
    • hij/zij/het zou hebben afgekukeld
    • wij zouden hebben afgekukeld
    • jullie zouden hebben afgekukeld
    • zij zouden hebben afgekukeld
  • Imperatief

    • jij kukel af
    • jullie kukelt af

Verwijzingen

Bekijk 2 definitie(s) van afkukelen