Vervoeging van afnemen


Nederlands

Frans

Onvoltooid tegenwoordige tijd

  • ik neem af
  • jij neemt af
  • hij/zij/het neemt af
  • wij nemen af
  • jullie nemen af
  • zij nemen af

Présent

  • j'acquiers
  • tu acquiers
  • il/elle acquiert
  • nous acquérons
  • vous acquérez
  • ils/elles acquièrent

Onvoltooid verleden tijd

  • ik nam af
  • jij nam af
  • hij/zij/het nam af
  • wij namen af
  • jullie namen af
  • zij namen af

Indicatif imparfait

  • j'acquérais
  • tu acquérais
  • il/elle acquérait
  • nous acquérions
  • vous acquériez
  • ils/elles acquéraient

Voltooid tegenwoordige tijd

  • ik heb afgenomen
  • jij hebt afgenomen
  • hij/zij/het heeft afgenomen
  • wij hebben afgenomen
  • jullie hebben afgenomen
  • zij hebben afgenomen

Indicatif passé composé

  • j'ai acquis
  • tu as acquis
  • il/elle a acquis
  • nous avons acquis
  • vous avez acquis
  • ils/elles ont acquis

Voltooid verleden tijd

  • ik had afgenomen
  • jij had afgenomen
  • hij/zij/het had afgenomen
  • wij hadden afgenomen
  • jullie hadden afgenomen
  • zij hadden afgenomen

Indicatif plus-que-parfait

  • j'avais acquis
  • tu avais acquis
  • il/elle avait acquis
  • nous avions acquis
  • vous aviez acquis
  • ils/elles avaient acquis

Toekomende tijd I

  • ik zal afnemen
  • jij zult afnemen
  • hij/zij/het zal afnemen
  • wij zullen afnemen
  • jullie zullen afnemen
  • zij zullen afnemen

Indicatif futur

  • j'acquerrai
  • tu acquerras
  • il/elle acquerra
  • nous acquerrons
  • vous acquerrez
  • ils/elles acquerront

Toekomende tijd II

  • ik zal afgenomen hebben
  • jij zult afgenomen hebben
  • hij/zij/het zal afgenomen hebben
  • wij zullen afgenomen hebben
  • jullie zullen afgenomen hebben
  • zij zullen afgenomen hebben

Indicatif futur antérieur

  • j'aurai acquis
  • tu auras acquis
  • il/elle aura acquis
  • nous aurons acquis
  • vous aurez acquis
  • ils/elles auront acquis

Conditionalis I

  • ik zou afnemen
  • jij zou afnemen
  • hij/zij/het zou afnemen
  • wij zouden afnemen
  • jullie zouden afnemen
  • zij zouden afnemen

Conditionnel présent

  • j'acquerrais
  • tu acquerrais
  • il/elle acquerrait
  • nous acquerrions
  • vous acquerriez
  • ils/elles acquerraient

Conditionalis II

  • ik zou hebben afgenomen
  • jij zou hebben afgenomen
  • hij/zij/het zou hebben afgenomen
  • wij zouden hebben afgenomen
  • jullie zouden hebben afgenomen
  • zij zouden hebben afgenomen

Conditionnel passé (1ère forme)

  • j'aurais acquis
  • tu aurais acquis
  • il/elle aurait acquis
  • nous aurions acquis
  • vous auriez acquis
  • ils/elles auraient acquis

Imperatief

  • jij neem af
  • jullie neemt af

Impératif

  • tu acquiers
  • vous acquérez

Verwijzingen

Bekijk 6 definitie(s) van afnemen