Betekenis van:
afnemen

afnemen
Werkwoord
  • kopen; kopen bij
"artikelen afnemen"
"van/bij iemand iets afnemen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

afnemen
Werkwoord
  • van kaarten: couperen; stapel kaarten afnemen
"een kaart afpakken"
"een kaart van de stapel afpakken"

Synoniemen

Hyperoniemen

afnemen
Werkwoord
  • van een bepaalde plaats verwijderen
"stof afnemen"
"iemand een last afnemen"

Hyperoniemen

Hyponiemen

afnemen
Werkwoord
  • ''iemand iets ~'': iemand iets doen verliezen
"Hem werd zijn auto afgenomen."
afnemen
Werkwoord
  • een bepaalde hoeveelheid kopen bij een producent
"De landbouw neemt veel producten af van de chemische industrie."
afnemen
Werkwoord
  • ''stof ~'': met een zachte doek stof van meubelen verwijderen
"Ik heb zojuist stof afgenomen."
afnemen
Werkwoord
  • minder groot of talrijk worden
"Het geweld in Bosnië is gelukkig sterk afgenomen."
afnemen
Werkwoord
  • ontnemen; afnemen; wegpakken; afpakken
"een spelletje van een leerling afnemen"
"steekwapens afnemen"

Synoniemen

Hyperoniemen

afnemen
Werkwoord
  • (iets) ontdoen van vuil of niet meer gewenste bestanddelen
"de tafel afnemen"
"de vensterbank afnemen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

afnemen
Werkwoord
  • van het hoofd, van de schouders enz. nemen
"een hoed afnemen"
"je hoed/pet ergens voor afnemen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen