Betekenis van:
betrekken

betrekken
Werkwoord
  • in verband brengen met
"ik wil mijn familie er niet bij betrekken"

Hyperoniemen

Hyponiemen

betrekken
Werkwoord
  • zich vestigen
"een appartement betrekken"

Hyperoniemen

Hyponiemen

betrekken
Werkwoord
  • zich in een woning installeren
"Zij betrokken een huis is de Warmoesstraat."
betrekken
Werkwoord
  • ''~ op'': een verband aanbrengen
"De aanwezigheid van de Amerikanen in Irak wordt vaak betrokken op de grote olievoorraden van dat land."
betrekken
Werkwoord
  • ''~ bij'': deel laten hebben aan een activiteit
"Hij betrok zelfs zijn ouders bij zijn criminele activiteiten."
betrekken
Werkwoord
  • bewolkt raken
"We hadden lekker buiten in het zonnetje gezeten, maar geleidelijk was de lucht betrokken en werd het killer."
betrekken
Werkwoord
  • een rol laten spelen; er bij halen; in een toestand raken
"iemand betrekken bij een ruzie"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

betrekken
Werkwoord
  • kopen; kopen bij
"eieren betrekken van de boer"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

betrekken
Werkwoord
  • bewolkt worden
"de lucht betrekt, er komt zeker regen"

Synoniemen

Hyperoniemen