Betekenis van:
kraken

kraken
Werkwoord
  • met gekraak doen breken
"een harde/kwade noot te kraken hebben"
"amandelen/noten kraken"

Hyperoniemen

Hyponiemen

kraken
Werkwoord
  • van huizen
"een pand kraken"

Hyperoniemen

kraken
Werkwoord
  • een krakend geluid maken
"Die deur kraakt en moet gesmeerd worden."
kraken
Werkwoord
  • openbreken
"Deze noten zijn moeilijk met de hand te kraken."
kraken
Werkwoord
  • ) inbreken in iemands computer
"De computer van dat bedrijf is gisteren gekraakt."
kraken
Werkwoord
  • een pand illegaal bewonen
"Als dit pand niet snel verhuurd wordt, kraken wij het."
kraken
Werkwoord
  • er heel negatief over spreken of schrijven
"Het boek werd in de krant gekraakt."
kraken
Werkwoord
  • een techniek voor het vervaardigen van chemische producten uit aardolie
"Wanneer olie gekraakt wordt door verhitting al of niet onder toevoeging van stoom, waterstof en/of een katalysator ontstaan er kleinere moleculen die verder te verwerken zijn."
kraken
Werkwoord
  • een vernietigende kritiek leveren op
"een rapport kraken"
"een film/boek kraken"

Synoniemen

Hyperoniemen

kraken
Werkwoord
  • brekend openen; van banken/kluizen; deuren of sloten openbreken
"een kluis kraken"

Synoniemen

Hyperoniemen

kraken
Werkwoord
  • een scherp, onregelmatig geluid maken
"vriezen dat het kraakt"
"de vloer/het bed kraakt"

Synoniemen

Hyperoniemen

kraken
Werkwoord
  • een chiropractische handeling verrichten op iemands ruggengraat
kraak (de ~ | meervoud kraken)
Zelfstandig naamwoord
  • bepaalde inktvis

Hyperoniemen

kraak (de ~ | meervoud kraken)
Zelfstandig naamwoord
  • ouderwets schip

Hyperoniemen

kraak (de ~ | meervoud kraken)
Zelfstandig naamwoord
  • ongeoorloofd een pand betreden; inbraak; onbebouwd
"daar zit kraak noch smaak aan!"
"een kraak zetten"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord