Betekenis van:
openbreken

openbreken
Werkwoord
  • brekend openen; van banken/kluizen; deuren of sloten openbreken
"breek me de bek niet open"
"een auto openbreken"

Synoniemen

Hyperoniemen

openbreken
Werkwoord
  • openbarsten
"de puist/wond/zweer breekt open"
"de huid van het schip breekt open"

Hyperoniemen