Betekenis van:
afbreken

afbreken
Werkwoord
  • door breken scheiden
"woorden afbreken"

Hyperoniemen

afbreken
Werkwoord
  • (een constructie) vernietigen door de delen uit elkaar te nemen
"een bouwwerk afbreken"
"de boel afbreken"

Synoniemen

Hyperoniemen

afbreken
Werkwoord
  • met de grond gelijk maken
"Het huis werd compleet afgebroken."
afbreken
Werkwoord
  • voortijdig beëindigen
"Als een dam-, schaak- of go-partij niet binnen de afgesproken speeltijd beëindigd is, kan deze worden afgebroken."
afbreken
Werkwoord
  • door breken scheiden
"Ouweneel pleit er ook voor dat we bij de viering van het avondmaal van één geheel brood ieder telkens een stukje afbreken."
afbreken
Werkwoord
  • door breken gescheiden worden van een groter geheel

Hyperoniemen

Hyponiemen

afbreken
Werkwoord
  • een vernietigende kritiek leveren op

Synoniemen

Hyperoniemen