Betekenis van:
bewonen

bewonen
Werkwoord
  • wonen in of op; van volk voorzien
"een huis/boerderij/hoeve bewonen"
"een gebied bewonen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

bewonen
Werkwoord
  • wonen in, wonen op
"Dit volk bewoonde een aantal eilanden en een stuk van het vasteland."