Betekenis van:
schoonmaken

schoonmaken
Werkwoord
  • reinigen
"Hij moest voor straf zijn hele kamer schoonmaken."
schoonmaken
Werkwoord
  • (iets) ontdoen van vuil of niet meer gewenste bestanddelen
"de vloer schoonmaken"
"je oren/nagels schoonmaken"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

schoonmaak (de ~ | meervoud schoonmaken)
Zelfstandig naamwoord
  • schoonmaak; het schoonmaken v.h. huis
"de grote schoonmaak"
"aan de schoonmaak zijn"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen