Vervoeging van afslorpen

Er is helaas geen Franse vertaling gevonden.

  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik slorp af
    • jij slorpt af
    • hij/zij/het slorpt af
    • wij slorpen af
    • jullie slorpen af
    • zij slorpen af
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik slorpte af
    • jij slorpte af
    • hij/zij/het slorpte af
    • wij slorpten af
    • jullie slorpten af
    • zij slorpten af
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb afgeslorpt
    • jij hebt afgeslorpt
    • hij/zij/het heeft afgeslorpt
    • wij hebben afgeslorpt
    • jullie hebben afgeslorpt
    • zij hebben afgeslorpt
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had afgeslorpt
    • jij had afgeslorpt
    • hij/zij/het had afgeslorpt
    • wij hadden afgeslorpt
    • jullie hadden afgeslorpt
    • zij hadden afgeslorpt
  • Toekomende tijd I

    • ik zal afslorpen
    • jij zult afslorpen
    • hij/zij/het zal afslorpen
    • wij zullen afslorpen
    • jullie zullen afslorpen
    • zij zullen afslorpen
  • Toekomende tijd II

    • ik zal afgeslorpt hebben
    • jij zult afgeslorpt hebben
    • hij/zij/het zal afgeslorpt hebben
    • wij zullen afgeslorpt hebben
    • jullie zullen afgeslorpt hebben
    • zij zullen afgeslorpt hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou afslorpen
    • jij zou afslorpen
    • hij/zij/het zou afslorpen
    • wij zouden afslorpen
    • jullie zouden afslorpen
    • zij zouden afslorpen
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben afgeslorpt
    • jij zou hebben afgeslorpt
    • hij/zij/het zou hebben afgeslorpt
    • wij zouden hebben afgeslorpt
    • jullie zouden hebben afgeslorpt
    • zij zouden hebben afgeslorpt
  • Imperatief

    • jij slorp af
    • jullie slorpt af