Vervoeging van aftuigen

Er is helaas geen Italiaanse vertaling gevonden.


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik tuig af
    • jij tuigt af
    • hij/zij/het tuigt af
    • wij tuigen af
    • jullie tuigen af
    • zij tuigen af
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik tuigde af
    • jij tuigde af
    • hij/zij/het tuigde af
    • wij tuigden af
    • jullie tuigden af
    • zij tuigden af
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb afgetuigd
    • jij hebt afgetuigd
    • hij/zij/het heeft afgetuigd
    • wij hebben afgetuigd
    • jullie hebben afgetuigd
    • zij hebben afgetuigd
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had afgetuigd
    • jij had afgetuigd
    • hij/zij/het had afgetuigd
    • wij hadden afgetuigd
    • jullie hadden afgetuigd
    • zij hadden afgetuigd
  • Toekomende tijd I

    • ik zal aftuigen
    • jij zult aftuigen
    • hij/zij/het zal aftuigen
    • wij zullen aftuigen
    • jullie zullen aftuigen
    • zij zullen aftuigen
  • Toekomende tijd II

    • ik zal afgetuigd hebben
    • jij zult afgetuigd hebben
    • hij/zij/het zal afgetuigd hebben
    • wij zullen afgetuigd hebben
    • jullie zullen afgetuigd hebben
    • zij zullen afgetuigd hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou aftuigen
    • jij zou aftuigen
    • hij/zij/het zou aftuigen
    • wij zouden aftuigen
    • jullie zouden aftuigen
    • zij zouden aftuigen
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben afgetuigd
    • jij zou hebben afgetuigd
    • hij/zij/het zou hebben afgetuigd
    • wij zouden hebben afgetuigd
    • jullie zouden hebben afgetuigd
    • zij zouden hebben afgetuigd
  • Imperatief

    • jij tuig af
    • jullie tuigt af

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van aftuigen