Vervoeging van afwenden

Er is helaas geen Italiaanse vertaling gevonden.

  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik wend af
    • jij wendt af
    • hij/zij/het wendt af
    • wij wenden af
    • jullie wenden af
    • zij wenden af
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik wendde af
    • jij wendde af
    • hij/zij/het wendde af
    • wij wendden af
    • jullie wendden af
    • zij wendden af
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb afgewend
    • jij hebt afgewend
    • hij/zij/het heeft afgewend
    • wij hebben afgewend
    • jullie hebben afgewend
    • zij hebben afgewend
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had afgewend
    • jij had afgewend
    • hij/zij/het had afgewend
    • wij hadden afgewend
    • jullie hadden afgewend
    • zij hadden afgewend
  • Toekomende tijd I

    • ik zal afwenden
    • jij zult afwenden
    • hij/zij/het zal afwenden
    • wij zullen afwenden
    • jullie zullen afwenden
    • zij zullen afwenden
  • Toekomende tijd II

    • ik zal afgewend hebben
    • jij zult afgewend hebben
    • hij/zij/het zal afgewend hebben
    • wij zullen afgewend hebben
    • jullie zullen afgewend hebben
    • zij zullen afgewend hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou afwenden
    • jij zou afwenden
    • hij/zij/het zou afwenden
    • wij zouden afwenden
    • jullie zouden afwenden
    • zij zouden afwenden
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben afgewend
    • jij zou hebben afgewend
    • hij/zij/het zou hebben afgewend
    • wij zouden hebben afgewend
    • jullie zouden hebben afgewend
    • zij zouden hebben afgewend
  • Imperatief

    • jij wend af
    • jullie wendt af

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van afwenden