Vervoeging van banken

Er is helaas geen Duitse vertaling gevonden.


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik bank
    • jij bankt
    • hij/zij/het bankt
    • wij banken
    • jullie banken
    • zij banken
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik bankte
    • jij bankte
    • hij/zij/het bankte
    • wij bankten
    • jullie bankten
    • zij bankten
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb gebankt
    • jij hebt gebankt
    • hij/zij/het heeft gebankt
    • wij hebben gebankt
    • jullie hebben gebankt
    • zij hebben gebankt
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had gebankt
    • jij had gebankt
    • hij/zij/het had gebankt
    • wij hadden gebankt
    • jullie hadden gebankt
    • zij hadden gebankt
  • Toekomende tijd I

    • ik zal banken
    • jij zult banken
    • hij/zij/het zal banken
    • wij zullen banken
    • jullie zullen banken
    • zij zullen banken
  • Toekomende tijd II

    • ik zal gebankt hebben
    • jij zult gebankt hebben
    • hij/zij/het zal gebankt hebben
    • wij zullen gebankt hebben
    • jullie zullen gebankt hebben
    • zij zullen gebankt hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou banken
    • jij zou banken
    • hij/zij/het zou banken
    • wij zouden banken
    • jullie zouden banken
    • zij zouden banken
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben gebankt
    • jij zou hebben gebankt
    • hij/zij/het zou hebben gebankt
    • wij zouden hebben gebankt
    • jullie zouden hebben gebankt
    • zij zouden hebben gebankt
  • Imperatief

    • jij bank
    • jullie bankt