Vervoeging van crackle


Engels

Nederlands

Present

  • he/she/it crackles
  • they crackle

Onvoltooid tegenwoordige tijd

  • hij/zij/het knettert
  • zij knetteren

Simple past

  • he/she/it crackled
  • they crackled

Onvoltooid verleden tijd

  • hij/zij/het knetterde
  • zij knetterden

Present perfect

  • he/she/it has crackled
  • they have crackled

Voltooid tegenwoordige tijd

  • hij/zij/het heeft geknetterd
  • zij hebben geknetterd

Past perfect

  • he/she/it had crackled
  • they had crackled

Voltooid verleden tijd

  • hij/zij/het had geknetterd
  • zij hadden geknetterd

Future

  • he/she/it will crackle
  • they will crackle

Toekomende tijd I

  • hij/zij/het zal knetteren
  • zij zult knetteren

Future perfect

  • he/she/it will have crackled
  • they will have crackled

Toekomende tijd II

  • hij/zij/het zal geknetterd hebben
  • zij zult geknetterd hebben

Conditional present

  • he/she/it would crackle
  • they would crackle

Conditionalis I

  • hij/zij/het zal knetteren
  • zij zullen knetteren

Conditional perfect

  • he/she/it would have crackled
  • they would have crackled

Conditionalis II

  • hij/zij/het zal hebben geknetterd
  • zij zullen hebben geknetterd

Verwijzingen

Bekijk 4 definitie(s) van crackle