Vervoeging van doorsteken

Onbepaalde wijs (infinitief): doorsteken

Er is helaas geen Spaanse vertaling gevonden.


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik doorsteek
    • jij doorsteekt
    • hij/zij/het doorsteekt
    • wij doorsteken
    • jullie doorsteken
    • zij doorsteken
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik doorstak
    • jij doorstak
    • hij/zij/het doorstak
    • wij doorstaken
    • jullie doorstaken
    • zij doorstaken
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb doorstoken
    • jij hebt doorstoken
    • hij/zij/het heeft doorstoken
    • wij hebben doorstoken
    • jullie hebben doorstoken
    • zij hebben doorstoken
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had doorstoken
    • jij had doorstoken
    • hij/zij/het had doorstoken
    • wij hadden doorstoken
    • jullie hadden doorstoken
    • zij hadden doorstoken
  • Toekomende tijd I

    • ik zal doorsteken
    • jij zult doorsteken
    • hij/zij/het zal doorsteken
    • wij zullen doorsteken
    • jullie zullen doorsteken
    • zij zullen doorsteken
  • Toekomende tijd II

    • ik zal doorstoken hebben
    • jij zult doorstoken hebben
    • hij/zij/het zal doorstoken hebben
    • wij zullen doorstoken hebben
    • jullie zullen doorstoken hebben
    • zij zullen doorstoken hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou doorsteken
    • jij zou doorsteken
    • hij/zij/het zou doorsteken
    • wij zouden doorsteken
    • jullie zouden doorsteken
    • zij zouden doorsteken
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben doorstoken
    • jij zou hebben doorstoken
    • hij/zij/het zou hebben doorstoken
    • wij zouden hebben doorstoken
    • jullie zouden hebben doorstoken
    • zij zouden hebben doorstoken
  • Imperatief

    • jij doorsteek
    • jullie doorsteekt

Verwijzingen

Bekijk 5 definitie(s) van doorsteken