Vervoeging van dubbelslaan

Onbepaalde wijs (infinitief): dubbelslaan

Er is helaas geen Italiaanse vertaling gevonden.


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik sla dubbel
    • jij slaat dubbel
    • hij/zij/het slaat dubbel
    • wij slaan dubbel
    • jullie slaan dubbel
    • zij slaan dubbel
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik sloeg dubbel
    • jij sloeg dubbel
    • hij/zij/het sloeg dubbel
    • wij sloegen dubbel
    • jullie sloegen dubbel
    • zij sloegen dubbel
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb dubbelgeslagen
    • jij hebt dubbelgeslagen
    • hij/zij/het heeft dubbelgeslagen
    • wij hebben dubbelgeslagen
    • jullie hebben dubbelgeslagen
    • zij hebben dubbelgeslagen
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had dubbelgeslagen
    • jij had dubbelgeslagen
    • hij/zij/het had dubbelgeslagen
    • wij hadden dubbelgeslagen
    • jullie hadden dubbelgeslagen
    • zij hadden dubbelgeslagen
  • Toekomende tijd I

    • ik zal dubbelslaan
    • jij zult dubbelslaan
    • hij/zij/het zal dubbelslaan
    • wij zullen dubbelslaan
    • jullie zullen dubbelslaan
    • zij zullen dubbelslaan
  • Toekomende tijd II

    • ik zal dubbelgeslagen hebben
    • jij zult dubbelgeslagen hebben
    • hij/zij/het zal dubbelgeslagen hebben
    • wij zullen dubbelgeslagen hebben
    • jullie zullen dubbelgeslagen hebben
    • zij zullen dubbelgeslagen hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou dubbelslaan
    • jij zou dubbelslaan
    • hij/zij/het zou dubbelslaan
    • wij zouden dubbelslaan
    • jullie zouden dubbelslaan
    • zij zouden dubbelslaan
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben dubbelgeslagen
    • jij zou hebben dubbelgeslagen
    • hij/zij/het zou hebben dubbelgeslagen
    • wij zouden hebben dubbelgeslagen
    • jullie zouden hebben dubbelgeslagen
    • zij zouden hebben dubbelgeslagen
  • Imperatief

    • jij sla dubbel
    • jullie slaat dubbel