Vervoeging van expireren

Er is helaas geen Spaanse vertaling gevonden.


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik expireer
    • jij expireert
    • hij/zij/het expireert
    • wij expireren
    • jullie expireren
    • zij expireren
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik expireerde
    • jij expireerde
    • hij/zij/het expireerde
    • wij expireerden
    • jullie expireerden
    • zij expireerden
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb geëxpireerd
    • jij hebt geëxpireerd
    • hij/zij/het heeft geëxpireerd
    • wij hebben geëxpireerd
    • jullie hebben geëxpireerd
    • zij hebben geëxpireerd
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had geëxpireerd
    • jij had geëxpireerd
    • hij/zij/het had geëxpireerd
    • wij hadden geëxpireerd
    • jullie hadden geëxpireerd
    • zij hadden geëxpireerd
  • Toekomende tijd I

    • ik zal expireren
    • jij zult expireren
    • hij/zij/het zal expireren
    • wij zullen expireren
    • jullie zullen expireren
    • zij zullen expireren
  • Toekomende tijd II

    • ik zal geëxpireerd hebben
    • jij zult geëxpireerd hebben
    • hij/zij/het zal geëxpireerd hebben
    • wij zullen geëxpireerd hebben
    • jullie zullen geëxpireerd hebben
    • zij zullen geëxpireerd hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou expireren
    • jij zou expireren
    • hij/zij/het zou expireren
    • wij zouden expireren
    • jullie zouden expireren
    • zij zouden expireren
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben geëxpireerd
    • jij zou hebben geëxpireerd
    • hij/zij/het zou hebben geëxpireerd
    • wij zouden hebben geëxpireerd
    • jullie zouden hebben geëxpireerd
    • zij zouden hebben geëxpireerd
  • Imperatief

    • jij expireer
    • jullie expireert

Verwijzingen

Bekijk 3 definitie(s) van expireren