Vervoeging van gelijkkomen

Onbepaalde wijs (infinitief): gelijkkomen

Er is helaas geen Spaanse vertaling gevonden.


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik kom gelijk
    • jij komt gelijk
    • hij/zij/het komt gelijk
    • wij komen gelijk
    • jullie komen gelijk
    • zij komen gelijk
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik kwam gelijk
    • jij kwam gelijk
    • hij/zij/het kwam gelijk
    • wij kwamen gelijk
    • jullie kwamen gelijk
    • zij kwamen gelijk
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik ben gelijkgekomen
    • jij bent gelijkgekomen
    • hij/zij/het is gelijkgekomen
    • wij zijn gelijkgekomen
    • jullie zijn gelijkgekomen
    • zij zijn gelijkgekomen
  • Voltooid verleden tijd

    • ik was gelijkgekomen
    • jij was gelijkgekomen
    • hij/zij/het was gelijkgekomen
    • wij waren gelijkgekomen
    • jullie waren gelijkgekomen
    • zij waren gelijkgekomen
  • Toekomende tijd I

    • ik zal gelijkkomen
    • jij zult gelijkkomen
    • hij/zij/het zal gelijkkomen
    • wij zullen gelijkkomen
    • jullie zullen gelijkkomen
    • zij zullen gelijkkomen
  • Toekomende tijd II

    • ik zal gelijkgekomen zijn
    • jij zult gelijkgekomen zijn
    • hij/zij/het zal gelijkgekomen zijn
    • wij zullen gelijkgekomen zijn
    • jullie zullen gelijkgekomen zijn
    • zij zullen gelijkgekomen zijn
  • Conditionalis I

    • ik zou gelijkkomen
    • jij zou gelijkkomen
    • hij/zij/het zou gelijkkomen
    • wij zouden gelijkkomen
    • jullie zouden gelijkkomen
    • zij zouden gelijkkomen
  • Conditionalis II

    • ik zou zijn gelijkgekomen
    • jij zou zijn gelijkgekomen
    • hij/zij/het zou zijn gelijkgekomen
    • wij zouden zijn gelijkgekomen
    • jullie zouden zijn gelijkgekomen
    • zij zouden zijn gelijkgekomen
  • Imperatief

    • jij kom gelijk
    • jullie komt gelijk