Vervoeging van germinate


Engels

Nederlands

Present

  • I germinate
  • you germinate
  • he/she/it germinates
  • we germinate
  • you germinate
  • they germinate

Onvoltooid tegenwoordige tijd

  • ik loop uit
  • jij loopt uit
  • hij/zij/het loopt uit
  • wij lopen uit
  • jullie lopen uit
  • zij lopen uit

Simple past

  • I germinated
  • you germinated
  • he/she/it germinated
  • we germinated
  • you germinated
  • they germinated

Onvoltooid verleden tijd

  • ik liep uit
  • jij liep uit
  • hij/zij/het liep uit
  • wij liepen uit
  • jullie liepen uit
  • zij liepen uit

Present perfect

  • I have germinated
  • you have germinated
  • he/she/it has germinated
  • we have germinated
  • you have germinated
  • they have germinated

Voltooid tegenwoordige tijd

  • ik ben uitgelopen
  • jij bent uitgelopen
  • hij/zij/het is uitgelopen
  • wij zijn uitgelopen
  • jullie zijn uitgelopen
  • zij zijn uitgelopen

Past perfect

  • I had germinated
  • you had germinated
  • he/she/it had germinated
  • we had germinated
  • you had germinated
  • they had germinated

Voltooid verleden tijd

  • ik was uitgelopen
  • jij was uitgelopen
  • hij/zij/het was uitgelopen
  • wij waren uitgelopen
  • jullie waren uitgelopen
  • zij waren uitgelopen

Future

  • I will germinate
  • you will germinate
  • he/she/it will germinate
  • we will germinate
  • you will germinate
  • they will germinate

Toekomende tijd I

  • ik zal uitlopen
  • jij zult uitlopen
  • hij/zij/het zal uitlopen
  • wij zullen uitlopen
  • jullie zullen uitlopen
  • zij zullen uitlopen

Future perfect

  • I will have germinated
  • you will have germinated
  • he/she/it will have germinated
  • we will have germinated
  • you will have germinated
  • they will have germinated

Toekomende tijd II

  • ik zal uitgelopen zijn
  • jij zult uitgelopen zijn
  • hij/zij/het zal uitgelopen zijn
  • wij zullen uitgelopen zijn
  • jullie zullen uitgelopen zijn
  • zij zullen uitgelopen zijn

Conditional present

  • I would germinate
  • you would germinate
  • he/she/it would germinate
  • we would germinate
  • you would germinate
  • they would germinate

Conditionalis I

  • ik zou uitlopen
  • jij zou uitlopen
  • hij/zij/het zou uitlopen
  • wij zouden uitlopen
  • jullie zouden uitlopen
  • zij zouden uitlopen

Conditional perfect

  • I would have germinated
  • you would have germinated
  • he/she/it would have germinated
  • we would have germinated
  • you would have germinated
  • they would have germinated

Conditionalis II

  • ik zou zijn uitgelopen
  • jij zou zijn uitgelopen
  • hij/zij/het zou zijn uitgelopen
  • wij zouden zijn uitgelopen
  • jullie zouden zijn uitgelopen
  • zij zouden zijn uitgelopen

Imperative

  • you germinate
  • you germinate

Imperatief

  • jij loop uit
  • jullie loopt uit

Verwijzingen

Bekijk 6 definitie(s) van germinate