Vertaling van uitlopen

Inhoud:

Nederlands
Engels
afrijden, uitlopen, uitvaren, vertrekken, wegrijden {ww.}
to drive away
to drive off
aflopen, eindigen, ophouden, uitgaan, uitlopen, uitraken, verlopen {ww.}
to come to an end
to conclude 
to end 
to expire 
to end up
to finish 

ik zal uitlopen
jij zult uitlopen
hij/zij/het zal uitlopen

I will conclude
you will conclude
he/she/it will conclude
» meer vervoegingen van to conclude

uitgaan, uitkomen, uitlopen, uitstappen, uitstijgen, uittreden {ww.}
to go out
to leave 
to exit 
to emerge 
to alight
to quit 

ik zal uitlopen
jij zult uitlopen
hij/zij/het zal uitlopen

I will leave
you will leave
he/she/it will leave
» meer vervoegingen van to leave

Laten we uitgaan.
Let's go out.
Ik zou beter niet uitgaan vanavond.
I'd rather not go out this evening.