Vervoeging van gnaw


Engels

Nederlands

Present

  • he/she/it gnaws
  • they gnaw

Onvoltooid tegenwoordige tijd

  • hij/zij/het vreet aan
  • zij vreten aan

Simple past

  • he/she/it gnawed
  • they gnawed

Onvoltooid verleden tijd

  • hij/zij/het vrat aan
  • zij vraten aan

Present perfect

  • he/she/it has gnawed
  • they have gnawed

Voltooid tegenwoordige tijd

  • hij/zij/het heeft aangevreten
  • zij hebben aangevreten

Past perfect

  • he/she/it had gnawed
  • they had gnawed

Voltooid verleden tijd

  • hij/zij/het had aangevreten
  • zij hadden aangevreten

Future

  • he/she/it will gnaw
  • they will gnaw

Toekomende tijd I

  • hij/zij/het zal aanvreten
  • zij zult aanvreten

Future perfect

  • he/she/it will have gnawed
  • they will have gnawed

Toekomende tijd II

  • hij/zij/het zal aangevreten hebben
  • zij zult aangevreten hebben

Conditional present

  • he/she/it would gnaw
  • they would gnaw

Conditionalis I

  • hij/zij/het zal aanvreten
  • zij zullen aanvreten

Conditional perfect

  • he/she/it would have gnawed
  • they would have gnawed

Conditionalis II

  • hij/zij/het zal hebben aangevreten
  • zij zullen hebben aangevreten

Verwijzingen

Bekijk 4 definitie(s) van gnaw