Vervoeging van hacken

Er is helaas geen Franse vertaling gevonden.


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik hack
    • jij hackt
    • hij/zij/het hackt
    • wij hacken
    • jullie hacken
    • zij hacken
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik hackte
    • jij hackte
    • hij/zij/het hackte
    • wij hackten
    • jullie hackten
    • zij hackten
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb gehackt
    • jij hebt gehackt
    • hij/zij/het heeft gehackt
    • wij hebben gehackt
    • jullie hebben gehackt
    • zij hebben gehackt
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had gehackt
    • jij had gehackt
    • hij/zij/het had gehackt
    • wij hadden gehackt
    • jullie hadden gehackt
    • zij hadden gehackt
  • Toekomende tijd I

    • ik zal hacken
    • jij zult hacken
    • hij/zij/het zal hacken
    • wij zullen hacken
    • jullie zullen hacken
    • zij zullen hacken
  • Toekomende tijd II

    • ik zal gehackt hebben
    • jij zult gehackt hebben
    • hij/zij/het zal gehackt hebben
    • wij zullen gehackt hebben
    • jullie zullen gehackt hebben
    • zij zullen gehackt hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou hacken
    • jij zou hacken
    • hij/zij/het zou hacken
    • wij zouden hacken
    • jullie zouden hacken
    • zij zouden hacken
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben gehackt
    • jij zou hebben gehackt
    • hij/zij/het zou hebben gehackt
    • wij zouden hebben gehackt
    • jullie zouden hebben gehackt
    • zij zouden hebben gehackt
  • Imperatief

    • jij hack
    • jullie hackt