Vervoeging van halen


Nederlands

Italiaans

Onvoltooid tegenwoordige tijd

  • ik haal
  • jij haalt
  • hij/zij/het haalt
  • wij halen
  • jullie halen
  • zij halen

Presente

  • io ammetto
  • tu ammetti
  • lui/lei/Lei ammette
  • noi ammettiamo
  • voi/Voi ammettete
  • loro/Loro ammettono

Onvoltooid verleden tijd

  • ik haalde
  • jij haalde
  • hij/zij/het haalde
  • wij haalden
  • jullie haalden
  • zij haalden

Imperfetto

  • io ammettevo
  • tu ammettevi
  • lui/lei/Lei ammetteva
  • noi ammettevamo
  • voi/Voi ammettevate
  • loro/Loro ammettevano

Voltooid tegenwoordige tijd

  • ik heb gehaald
  • jij hebt gehaald
  • hij/zij/het heeft gehaald
  • wij hebben gehaald
  • jullie hebben gehaald
  • zij hebben gehaald

Passato prossimo

  • io ho ammesso
  • tu hai ammesso
  • lui/lei/Lei ha ammesso
  • noi abbiamo ammesso
  • voi/Voi avete ammesso
  • loro/Loro hanno ammesso

Voltooid verleden tijd

  • ik had gehaald
  • jij had gehaald
  • hij/zij/het had gehaald
  • wij hadden gehaald
  • jullie hadden gehaald
  • zij hadden gehaald

Trapassato prossimo

  • io avevo ammesso
  • tu avevi ammesso
  • lui/lei/Lei aveva ammesso
  • noi avevamo ammesso
  • voi/Voi avevate ammesso
  • loro/Loro avevano ammesso

Toekomende tijd I

  • ik zal halen
  • jij zult halen
  • hij/zij/het zal halen
  • wij zullen halen
  • jullie zullen halen
  • zij zullen halen

Futuro semplice

  • io ammetterò
  • tu ammetterai
  • lui/lei/Lei ammetterà
  • noi ammetteremo
  • voi/Voi ammetterete
  • loro/Loro ammetteranno

Toekomende tijd II

  • ik zal gehaald hebben
  • jij zult gehaald hebben
  • hij/zij/het zal gehaald hebben
  • wij zullen gehaald hebben
  • jullie zullen gehaald hebben
  • zij zullen gehaald hebben

Futuro anteriore

  • io avrò ammesso
  • tu avrai ammesso
  • lui/lei/Lei avrà ammesso
  • noi avremo ammesso
  • voi/Voi avrete ammesso
  • loro/Loro avranno ammesso

Conditionalis I

  • ik zou halen
  • jij zou halen
  • hij/zij/het zou halen
  • wij zouden halen
  • jullie zouden halen
  • zij zouden halen

Condizionale presente

  • io ammetterei
  • tu ammetteresti
  • lui/lei/Lei ammetterebbe
  • noi ammetteremmo
  • voi/Voi ammettereste
  • loro/Loro ammetterebbero

Conditionalis II

  • ik zou hebben gehaald
  • jij zou hebben gehaald
  • hij/zij/het zou hebben gehaald
  • wij zouden hebben gehaald
  • jullie zouden hebben gehaald
  • zij zouden hebben gehaald

Condizionale passato

  • io avrei ammesso
  • tu avresti ammesso
  • lui/lei/Lei avrebbe ammesso
  • noi avremmo ammesso
  • voi/Voi avreste ammesso
  • loro/Loro avrebbero ammesso

Imperatief

  • jij haal
  • jullie haalt

Imperativo

  • tu ammetti
  • voi/Voi ammettete

Verwijzingen

Bekijk 3 definitie(s) van halen