Vervoeging van hameren

Vertaling: accentare

Nederlands

Italiaans

Onvoltooid tegenwoordige tijd

  • ik hamer
  • jij hamert
  • hij/zij/het hamert
  • wij hameren
  • jullie hameren
  • zij hameren

Presente

  • io accento
  • tu accenti
  • lui/lei/Lei accenta
  • noi accentiamo
  • voi/Voi accentate
  • loro/Loro accentano

Onvoltooid verleden tijd

  • ik hamerde
  • jij hamerde
  • hij/zij/het hamerde
  • wij hamerden
  • jullie hamerden
  • zij hamerden

Imperfetto

  • io accentavo
  • tu accentavi
  • lui/lei/Lei accentava
  • noi accentavamo
  • voi/Voi accentavate
  • loro/Loro accentavano

Voltooid tegenwoordige tijd

  • ik heb gehamerd
  • jij hebt gehamerd
  • hij/zij/het heeft gehamerd
  • wij hebben gehamerd
  • jullie hebben gehamerd
  • zij hebben gehamerd

Passato prossimo

  • io ho accentato
  • tu hai accentato
  • lui/lei/Lei ha accentato
  • noi abbiamo accentato
  • voi/Voi avete accentato
  • loro/Loro hanno accentato

Voltooid verleden tijd

  • ik had gehamerd
  • jij had gehamerd
  • hij/zij/het had gehamerd
  • wij hadden gehamerd
  • jullie hadden gehamerd
  • zij hadden gehamerd

Trapassato prossimo

  • io avevo accentato
  • tu avevi accentato
  • lui/lei/Lei aveva accentato
  • noi avevamo accentato
  • voi/Voi avevate accentato
  • loro/Loro avevano accentato

Toekomende tijd I

  • ik zal hameren
  • jij zult hameren
  • hij/zij/het zal hameren
  • wij zullen hameren
  • jullie zullen hameren
  • zij zullen hameren

Futuro semplice

  • io accenterò
  • tu accenterai
  • lui/lei/Lei accenterà
  • noi accenteremo
  • voi/Voi accenterete
  • loro/Loro accenteranno

Toekomende tijd II

  • ik zal gehamerd hebben
  • jij zult gehamerd hebben
  • hij/zij/het zal gehamerd hebben
  • wij zullen gehamerd hebben
  • jullie zullen gehamerd hebben
  • zij zullen gehamerd hebben

Futuro anteriore

  • io avrò accentato
  • tu avrai accentato
  • lui/lei/Lei avrà accentato
  • noi avremo accentato
  • voi/Voi avrete accentato
  • loro/Loro avranno accentato

Conditionalis I

  • ik zou hameren
  • jij zou hameren
  • hij/zij/het zou hameren
  • wij zouden hameren
  • jullie zouden hameren
  • zij zouden hameren

Condizionale presente

  • io accenterei
  • tu accenteresti
  • lui/lei/Lei accenterebbe
  • noi accenteremmo
  • voi/Voi accentereste
  • loro/Loro accenterebbero

Conditionalis II

  • ik zou hebben gehamerd
  • jij zou hebben gehamerd
  • hij/zij/het zou hebben gehamerd
  • wij zouden hebben gehamerd
  • jullie zouden hebben gehamerd
  • zij zouden hebben gehamerd

Condizionale passato

  • io avrei accentato
  • tu avresti accentato
  • lui/lei/Lei avrebbe accentato
  • noi avremmo accentato
  • voi/Voi avreste accentato
  • loro/Loro avrebbero accentato

Imperatief

  • jij hamer
  • jullie hamert

Imperativo

  • tu accenta
  • voi/Voi accentate

Verwijzingen

Bekijk 3 definitie(s) van hameren