Vervoeging van inscherpen

Onbepaalde wijs (infinitief): inscherpen

Vertaling: to din

Nederlands

Engels

Onvoltooid tegenwoordige tijd

  • ik scherp in
  • jij scherpt in
  • hij/zij/het scherpt in
  • wij scherpen in
  • jullie scherpen in
  • zij scherpen in

Present

  • I din
  • you din
  • he/she/it dins
  • we din
  • you din
  • they din

Onvoltooid verleden tijd

  • ik scherpte in
  • jij scherpte in
  • hij/zij/het scherpte in
  • wij scherpten in
  • jullie scherpten in
  • zij scherpten in

Simple past

  • I dinned
  • you dinned
  • he/she/it dinned
  • we dinned
  • you dinned
  • they dinned

Voltooid tegenwoordige tijd

  • ik heb ingescherpt
  • jij hebt ingescherpt
  • hij/zij/het heeft ingescherpt
  • wij hebben ingescherpt
  • jullie hebben ingescherpt
  • zij hebben ingescherpt

Present perfect

  • I have dinned
  • you have dinned
  • he/she/it has dinned
  • we have dinned
  • you have dinned
  • they have dinned

Voltooid verleden tijd

  • ik had ingescherpt
  • jij had ingescherpt
  • hij/zij/het had ingescherpt
  • wij hadden ingescherpt
  • jullie hadden ingescherpt
  • zij hadden ingescherpt

Past perfect

  • I had dinned
  • you had dinned
  • he/she/it had dinned
  • we had dinned
  • you had dinned
  • they had dinned

Toekomende tijd I

  • ik zal inscherpen
  • jij zult inscherpen
  • hij/zij/het zal inscherpen
  • wij zullen inscherpen
  • jullie zullen inscherpen
  • zij zullen inscherpen

Future

  • I will din
  • you will din
  • he/she/it will din
  • we will din
  • you will din
  • they will din

Toekomende tijd II

  • ik zal ingescherpt hebben
  • jij zult ingescherpt hebben
  • hij/zij/het zal ingescherpt hebben
  • wij zullen ingescherpt hebben
  • jullie zullen ingescherpt hebben
  • zij zullen ingescherpt hebben

Future perfect

  • I will have dinned
  • you will have dinned
  • he/she/it will have dinned
  • we will have dinned
  • you will have dinned
  • they will have dinned

Conditionalis I

  • ik zou inscherpen
  • jij zou inscherpen
  • hij/zij/het zou inscherpen
  • wij zouden inscherpen
  • jullie zouden inscherpen
  • zij zouden inscherpen

Conditional present

  • I would din
  • you would din
  • he/she/it would din
  • we would din
  • you would din
  • they would din

Conditionalis II

  • ik zou hebben ingescherpt
  • jij zou hebben ingescherpt
  • hij/zij/het zou hebben ingescherpt
  • wij zouden hebben ingescherpt
  • jullie zouden hebben ingescherpt
  • zij zouden hebben ingescherpt

Conditional perfect

  • I would have dinned
  • you would have dinned
  • he/she/it would have dinned
  • we would have dinned
  • you would have dinned
  • they would have dinned

Imperatief

  • jij scherp in
  • jullie scherpt in

Imperative

  • you din
  • you din

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van inscherpen