Vervoeging van kortstaarten

Onbepaalde wijs (infinitief): kortstaarten

Er is helaas geen Italiaanse vertaling gevonden.


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik kortstaart
    • jij kortstaart
    • hij/zij/het kortstaart
    • wij kortstaarten
    • jullie kortstaarten
    • zij kortstaarten
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik kortstaartte
    • jij kortstaartte
    • hij/zij/het kortstaartte
    • wij kortstaartten
    • jullie kortstaartten
    • zij kortstaartten
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb gekortstaart
    • jij hebt gekortstaart
    • hij/zij/het heeft gekortstaart
    • wij hebben gekortstaart
    • jullie hebben gekortstaart
    • zij hebben gekortstaart
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had gekortstaart
    • jij had gekortstaart
    • hij/zij/het had gekortstaart
    • wij hadden gekortstaart
    • jullie hadden gekortstaart
    • zij hadden gekortstaart
  • Toekomende tijd I

    • ik zal kortstaarten
    • jij zult kortstaarten
    • hij/zij/het zal kortstaarten
    • wij zullen kortstaarten
    • jullie zullen kortstaarten
    • zij zullen kortstaarten
  • Toekomende tijd II

    • ik zal gekortstaart hebben
    • jij zult gekortstaart hebben
    • hij/zij/het zal gekortstaart hebben
    • wij zullen gekortstaart hebben
    • jullie zullen gekortstaart hebben
    • zij zullen gekortstaart hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou kortstaarten
    • jij zou kortstaarten
    • hij/zij/het zou kortstaarten
    • wij zouden kortstaarten
    • jullie zouden kortstaarten
    • zij zouden kortstaarten
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben gekortstaart
    • jij zou hebben gekortstaart
    • hij/zij/het zou hebben gekortstaart
    • wij zouden hebben gekortstaart
    • jullie zouden hebben gekortstaart
    • zij zouden hebben gekortstaart
  • Imperatief

    • jij kortstaart
    • jullie kortstaart