Vervoeging van lend


Engels

Nederlands

Present

  • he/she/it lends
  • they lend

Onvoltooid tegenwoordige tijd

  • hij/zij/het staat vrij
  • zij staan vrij

Simple past

  • he/she/it lent
  • they lent

Onvoltooid verleden tijd

  • hij/zij/het stond vrij
  • zij stonden vrij

Present perfect

  • he/she/it has lent
  • they have lent

Voltooid tegenwoordige tijd

  • hij/zij/het heeft vrijgestaan
  • zij hebben vrijgestaan

Past perfect

  • he/she/it had lent
  • they had lent

Voltooid verleden tijd

  • hij/zij/het had vrijgestaan
  • zij hadden vrijgestaan

Future

  • he/she/it will lend
  • they will lend

Toekomende tijd I

  • hij/zij/het zal vrijstaan
  • zij zult vrijstaan

Future perfect

  • he/she/it will have lent
  • they will have lent

Toekomende tijd II

  • hij/zij/het zal vrijgestaan hebben
  • zij zult vrijgestaan hebben

Conditional present

  • he/she/it would lend
  • they would lend

Conditionalis I

  • hij/zij/het zal vrijstaan
  • zij zullen vrijstaan

Conditional perfect

  • he/she/it would have lent
  • they would have lent

Conditionalis II

  • hij/zij/het zal hebben vrijgestaan
  • zij zullen hebben vrijgestaan

Verwijzingen

Bekijk 7 definitie(s) van lend