Vervoeging van meepakken

Er is helaas geen Spaanse vertaling gevonden.


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik pak mee
    • jij pakt mee
    • hij/zij/het pakt mee
    • wij pakken mee
    • jullie pakken mee
    • zij pakken mee
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik pakte mee
    • jij pakte mee
    • hij/zij/het pakte mee
    • wij pakten mee
    • jullie pakten mee
    • zij pakten mee
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb meegepakt
    • jij hebt meegepakt
    • hij/zij/het heeft meegepakt
    • wij hebben meegepakt
    • jullie hebben meegepakt
    • zij hebben meegepakt
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had meegepakt
    • jij had meegepakt
    • hij/zij/het had meegepakt
    • wij hadden meegepakt
    • jullie hadden meegepakt
    • zij hadden meegepakt
  • Toekomende tijd I

    • ik zal meepakken
    • jij zult meepakken
    • hij/zij/het zal meepakken
    • wij zullen meepakken
    • jullie zullen meepakken
    • zij zullen meepakken
  • Toekomende tijd II

    • ik zal meegepakt hebben
    • jij zult meegepakt hebben
    • hij/zij/het zal meegepakt hebben
    • wij zullen meegepakt hebben
    • jullie zullen meegepakt hebben
    • zij zullen meegepakt hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou meepakken
    • jij zou meepakken
    • hij/zij/het zou meepakken
    • wij zouden meepakken
    • jullie zouden meepakken
    • zij zouden meepakken
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben meegepakt
    • jij zou hebben meegepakt
    • hij/zij/het zou hebben meegepakt
    • wij zouden hebben meegepakt
    • jullie zouden hebben meegepakt
    • zij zouden hebben meegepakt
  • Imperatief

    • jij pak mee
    • jullie pakt mee