Vervoeging van mime

Engels

Nederlands

Present

  • I mime
  • you mime
  • he/she/it mimes
  • we mime
  • you mime
  • they mime

Onvoltooid tegenwoordige tijd

  • ik mime
  • jij mimet
  • hij/zij/het mimet
  • wij mimen
  • jullie mimen
  • zij mimen

Simple past

  • I mimed
  • you mimed
  • he/she/it mimed
  • we mimed
  • you mimed
  • they mimed

Onvoltooid verleden tijd

  • ik mimede
  • jij mimede
  • hij/zij/het mimede
  • wij mimeden
  • jullie mimeden
  • zij mimeden

Present perfect

  • I have mimed
  • you have mimed
  • he/she/it has mimed
  • we have mimed
  • you have mimed
  • they have mimed

Voltooid tegenwoordige tijd

  • ik heb gemimed
  • jij hebt gemimed
  • hij/zij/het heeft gemimed
  • wij hebben gemimed
  • jullie hebben gemimed
  • zij hebben gemimed

Past perfect

  • I had mimed
  • you had mimed
  • he/she/it had mimed
  • we had mimed
  • you had mimed
  • they had mimed

Voltooid verleden tijd

  • ik had gemimed
  • jij had gemimed
  • hij/zij/het had gemimed
  • wij hadden gemimed
  • jullie hadden gemimed
  • zij hadden gemimed

Future

  • I will mime
  • you will mime
  • he/she/it will mime
  • we will mime
  • you will mime
  • they will mime

Toekomende tijd I

  • ik zal mimen
  • jij zult mimen
  • hij/zij/het zal mimen
  • wij zullen mimen
  • jullie zullen mimen
  • zij zullen mimen

Future perfect

  • I will have mimed
  • you will have mimed
  • he/she/it will have mimed
  • we will have mimed
  • you will have mimed
  • they will have mimed

Toekomende tijd II

  • ik zal gemimed hebben
  • jij zult gemimed hebben
  • hij/zij/het zal gemimed hebben
  • wij zullen gemimed hebben
  • jullie zullen gemimed hebben
  • zij zullen gemimed hebben

Conditional present

  • I would mime
  • you would mime
  • he/she/it would mime
  • we would mime
  • you would mime
  • they would mime

Conditionalis I

  • ik zou mimen
  • jij zou mimen
  • hij/zij/het zou mimen
  • wij zouden mimen
  • jullie zouden mimen
  • zij zouden mimen

Conditional perfect

  • I would have mimed
  • you would have mimed
  • he/she/it would have mimed
  • we would have mimed
  • you would have mimed
  • they would have mimed

Conditionalis II

  • ik zou hebben gemimed
  • jij zou hebben gemimed
  • hij/zij/het zou hebben gemimed
  • wij zouden hebben gemimed
  • jullie zouden hebben gemimed
  • zij zouden hebben gemimed

Imperative

  • you mime
  • you mime

Imperatief

  • jij mime
  • jullie mimet

Verwijzingen

Bekijk 2 definitie(s) van mime