Vervoeging van misrekenen

Onbepaalde wijs (infinitief): misrekenen

Er is helaas geen Duitse vertaling gevonden.

  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik misreken
    • jij misrekent
    • hij/zij/het misrekent
    • wij misrekenen
    • jullie misrekenen
    • zij misrekenen
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik misrekende
    • jij misrekende
    • hij/zij/het misrekende
    • wij misrekenden
    • jullie misrekenden
    • zij misrekenden
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb misrekend
    • jij hebt misrekend
    • hij/zij/het heeft misrekend
    • wij hebben misrekend
    • jullie hebben misrekend
    • zij hebben misrekend
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had misrekend
    • jij had misrekend
    • hij/zij/het had misrekend
    • wij hadden misrekend
    • jullie hadden misrekend
    • zij hadden misrekend
  • Toekomende tijd I

    • ik zal misrekenen
    • jij zult misrekenen
    • hij/zij/het zal misrekenen
    • wij zullen misrekenen
    • jullie zullen misrekenen
    • zij zullen misrekenen
  • Toekomende tijd II

    • ik zal misrekend hebben
    • jij zult misrekend hebben
    • hij/zij/het zal misrekend hebben
    • wij zullen misrekend hebben
    • jullie zullen misrekend hebben
    • zij zullen misrekend hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou misrekenen
    • jij zou misrekenen
    • hij/zij/het zou misrekenen
    • wij zouden misrekenen
    • jullie zouden misrekenen
    • zij zouden misrekenen
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben misrekend
    • jij zou hebben misrekend
    • hij/zij/het zou hebben misrekend
    • wij zouden hebben misrekend
    • jullie zouden hebben misrekend
    • zij zouden hebben misrekend
  • Imperatief

    • jij misreken
    • jullie misrekent

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van misrekenen