Vervoeging van mistellen

Er is helaas geen Italiaanse vertaling gevonden.

  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik mistel
    • jij mistelt
    • hij/zij/het mistelt
    • wij mistellen
    • jullie mistellen
    • zij mistellen
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik mistelde
    • jij mistelde
    • hij/zij/het mistelde
    • wij mistelden
    • jullie mistelden
    • zij mistelden
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb misteld
    • jij hebt misteld
    • hij/zij/het heeft misteld
    • wij hebben misteld
    • jullie hebben misteld
    • zij hebben misteld
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had misteld
    • jij had misteld
    • hij/zij/het had misteld
    • wij hadden misteld
    • jullie hadden misteld
    • zij hadden misteld
  • Toekomende tijd I

    • ik zal mistellen
    • jij zult mistellen
    • hij/zij/het zal mistellen
    • wij zullen mistellen
    • jullie zullen mistellen
    • zij zullen mistellen
  • Toekomende tijd II

    • ik zal misteld hebben
    • jij zult misteld hebben
    • hij/zij/het zal misteld hebben
    • wij zullen misteld hebben
    • jullie zullen misteld hebben
    • zij zullen misteld hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou mistellen
    • jij zou mistellen
    • hij/zij/het zou mistellen
    • wij zouden mistellen
    • jullie zouden mistellen
    • zij zouden mistellen
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben misteld
    • jij zou hebben misteld
    • hij/zij/het zou hebben misteld
    • wij zouden hebben misteld
    • jullie zouden hebben misteld
    • zij zouden hebben misteld
  • Imperatief

    • jij mistel
    • jullie mistelt