Vervoeging van neervlijen

Onbepaalde wijs (infinitief): neervlijen


Nederlands

Engels

Onvoltooid tegenwoordige tijd

  • ik vlij neer
  • jij vlijt neer
  • hij/zij/het vlijt neer
  • wij vlijen neer
  • jullie vlijen neer
  • zij vlijen neer

Present

  • I establish
  • you establish
  • he/she/it establishes
  • we establish
  • you establish
  • they establish

Onvoltooid verleden tijd

  • ik vlijde neer
  • jij vlijde neer
  • hij/zij/het vlijde neer
  • wij vlijden neer
  • jullie vlijden neer
  • zij vlijden neer

Simple past

  • I established
  • you established
  • he/she/it established
  • we established
  • you established
  • they established

Voltooid tegenwoordige tijd

  • ik heb neergevlijd
  • jij hebt neergevlijd
  • hij/zij/het heeft neergevlijd
  • wij hebben neergevlijd
  • jullie hebben neergevlijd
  • zij hebben neergevlijd

Present perfect

  • I have established
  • you have established
  • he/she/it has established
  • we have established
  • you have established
  • they have established

Voltooid verleden tijd

  • ik had neergevlijd
  • jij had neergevlijd
  • hij/zij/het had neergevlijd
  • wij hadden neergevlijd
  • jullie hadden neergevlijd
  • zij hadden neergevlijd

Past perfect

  • I had established
  • you had established
  • he/she/it had established
  • we had established
  • you had established
  • they had established

Toekomende tijd I

  • ik zal neervlijen
  • jij zult neervlijen
  • hij/zij/het zal neervlijen
  • wij zullen neervlijen
  • jullie zullen neervlijen
  • zij zullen neervlijen

Future

  • I will establish
  • you will establish
  • he/she/it will establish
  • we will establish
  • you will establish
  • they will establish

Toekomende tijd II

  • ik zal neergevlijd hebben
  • jij zult neergevlijd hebben
  • hij/zij/het zal neergevlijd hebben
  • wij zullen neergevlijd hebben
  • jullie zullen neergevlijd hebben
  • zij zullen neergevlijd hebben

Future perfect

  • I will have established
  • you will have established
  • he/she/it will have established
  • we will have established
  • you will have established
  • they will have established

Conditionalis I

  • ik zou neervlijen
  • jij zou neervlijen
  • hij/zij/het zou neervlijen
  • wij zouden neervlijen
  • jullie zouden neervlijen
  • zij zouden neervlijen

Conditional present

  • I would establish
  • you would establish
  • he/she/it would establish
  • we would establish
  • you would establish
  • they would establish

Conditionalis II

  • ik zou hebben neergevlijd
  • jij zou hebben neergevlijd
  • hij/zij/het zou hebben neergevlijd
  • wij zouden hebben neergevlijd
  • jullie zouden hebben neergevlijd
  • zij zouden hebben neergevlijd

Conditional perfect

  • I would have established
  • you would have established
  • he/she/it would have established
  • we would have established
  • you would have established
  • they would have established

Imperatief

  • jij vlij neer
  • jullie vlijt neer

Imperative

  • you establish
  • you establish

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van neervlijen