Vervoeging van neutraliseren

Onbepaalde wijs (infinitief): neutraliseren

Er is helaas geen Duitse vertaling gevonden.


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik neutraliseer
    • jij neutraliseert
    • hij/zij/het neutraliseert
    • wij neutraliseren
    • jullie neutraliseren
    • zij neutraliseren
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik neutraliseerde
    • jij neutraliseerde
    • hij/zij/het neutraliseerde
    • wij neutraliseerden
    • jullie neutraliseerden
    • zij neutraliseerden
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb geneutraliseerd
    • jij hebt geneutraliseerd
    • hij/zij/het heeft geneutraliseerd
    • wij hebben geneutraliseerd
    • jullie hebben geneutraliseerd
    • zij hebben geneutraliseerd
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had geneutraliseerd
    • jij had geneutraliseerd
    • hij/zij/het had geneutraliseerd
    • wij hadden geneutraliseerd
    • jullie hadden geneutraliseerd
    • zij hadden geneutraliseerd
  • Toekomende tijd I

    • ik zal neutraliseren
    • jij zult neutraliseren
    • hij/zij/het zal neutraliseren
    • wij zullen neutraliseren
    • jullie zullen neutraliseren
    • zij zullen neutraliseren
  • Toekomende tijd II

    • ik zal geneutraliseerd hebben
    • jij zult geneutraliseerd hebben
    • hij/zij/het zal geneutraliseerd hebben
    • wij zullen geneutraliseerd hebben
    • jullie zullen geneutraliseerd hebben
    • zij zullen geneutraliseerd hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou neutraliseren
    • jij zou neutraliseren
    • hij/zij/het zou neutraliseren
    • wij zouden neutraliseren
    • jullie zouden neutraliseren
    • zij zouden neutraliseren
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben geneutraliseerd
    • jij zou hebben geneutraliseerd
    • hij/zij/het zou hebben geneutraliseerd
    • wij zouden hebben geneutraliseerd
    • jullie zouden hebben geneutraliseerd
    • zij zouden hebben geneutraliseerd
  • Imperatief

    • jij neutraliseer
    • jullie neutraliseert