Vervoeging van oil


Engels

Nederlands

Present

  • I oil
  • you oil
  • he/she/it oils
  • we oil
  • you oil
  • they oil

Onvoltooid tegenwoordige tijd

  • ik bedien
  • jij bedient
  • hij/zij/het bedient
  • wij bedienen
  • jullie bedienen
  • zij bedienen

Simple past

  • I oiled
  • you oiled
  • he/she/it oiled
  • we oiled
  • you oiled
  • they oiled

Onvoltooid verleden tijd

  • ik bediende
  • jij bediende
  • hij/zij/het bediende
  • wij bedienden
  • jullie bedienden
  • zij bedienden

Present perfect

  • I have oiled
  • you have oiled
  • he/she/it has oiled
  • we have oiled
  • you have oiled
  • they have oiled

Voltooid tegenwoordige tijd

  • ik heb bediend
  • jij hebt bediend
  • hij/zij/het heeft bediend
  • wij hebben bediend
  • jullie hebben bediend
  • zij hebben bediend

Past perfect

  • I had oiled
  • you had oiled
  • he/she/it had oiled
  • we had oiled
  • you had oiled
  • they had oiled

Voltooid verleden tijd

  • ik had bediend
  • jij had bediend
  • hij/zij/het had bediend
  • wij hadden bediend
  • jullie hadden bediend
  • zij hadden bediend

Future

  • I will oil
  • you will oil
  • he/she/it will oil
  • we will oil
  • you will oil
  • they will oil

Toekomende tijd I

  • ik zal bedienen
  • jij zult bedienen
  • hij/zij/het zal bedienen
  • wij zullen bedienen
  • jullie zullen bedienen
  • zij zullen bedienen

Future perfect

  • I will have oiled
  • you will have oiled
  • he/she/it will have oiled
  • we will have oiled
  • you will have oiled
  • they will have oiled

Toekomende tijd II

  • ik zal bediend hebben
  • jij zult bediend hebben
  • hij/zij/het zal bediend hebben
  • wij zullen bediend hebben
  • jullie zullen bediend hebben
  • zij zullen bediend hebben

Conditional present

  • I would oil
  • you would oil
  • he/she/it would oil
  • we would oil
  • you would oil
  • they would oil

Conditionalis I

  • ik zou bedienen
  • jij zou bedienen
  • hij/zij/het zou bedienen
  • wij zouden bedienen
  • jullie zouden bedienen
  • zij zouden bedienen

Conditional perfect

  • I would have oiled
  • you would have oiled
  • he/she/it would have oiled
  • we would have oiled
  • you would have oiled
  • they would have oiled

Conditionalis II

  • ik zou hebben bediend
  • jij zou hebben bediend
  • hij/zij/het zou hebben bediend
  • wij zouden hebben bediend
  • jullie zouden hebben bediend
  • zij zouden hebben bediend

Imperative

  • you oil
  • you oil

Imperatief

  • jij bedien
  • jullie bedient

Verwijzingen

Bekijk 4 definitie(s) van oil