Vervoeging van opzijschuiven

Onbepaalde wijs (infinitief): opzijschuiven

Er is helaas geen Duitse vertaling gevonden.


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik schuif opzij
    • jij schuift opzij
    • hij/zij/het schuift opzij
    • wij schuiven opzij
    • jullie schuiven opzij
    • zij schuiven opzij
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik schoof opzij
    • jij schoof opzij
    • hij/zij/het schoof opzij
    • wij schoven opzij
    • jullie schoven opzij
    • zij schoven opzij
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb opzijgeschoven
    • jij hebt opzijgeschoven
    • hij/zij/het heeft opzijgeschoven
    • wij hebben opzijgeschoven
    • jullie hebben opzijgeschoven
    • zij hebben opzijgeschoven
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had opzijgeschoven
    • jij had opzijgeschoven
    • hij/zij/het had opzijgeschoven
    • wij hadden opzijgeschoven
    • jullie hadden opzijgeschoven
    • zij hadden opzijgeschoven
  • Toekomende tijd I

    • ik zal opzijschuiven
    • jij zult opzijschuiven
    • hij/zij/het zal opzijschuiven
    • wij zullen opzijschuiven
    • jullie zullen opzijschuiven
    • zij zullen opzijschuiven
  • Toekomende tijd II

    • ik zal opzijgeschoven hebben
    • jij zult opzijgeschoven hebben
    • hij/zij/het zal opzijgeschoven hebben
    • wij zullen opzijgeschoven hebben
    • jullie zullen opzijgeschoven hebben
    • zij zullen opzijgeschoven hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou opzijschuiven
    • jij zou opzijschuiven
    • hij/zij/het zou opzijschuiven
    • wij zouden opzijschuiven
    • jullie zouden opzijschuiven
    • zij zouden opzijschuiven
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben opzijgeschoven
    • jij zou hebben opzijgeschoven
    • hij/zij/het zou hebben opzijgeschoven
    • wij zouden hebben opzijgeschoven
    • jullie zouden hebben opzijgeschoven
    • zij zouden hebben opzijgeschoven
  • Imperatief

    • jij schuif opzij
    • jullie schuift opzij