Vervoeging van overhalen


Nederlands

Duits

Onvoltooid tegenwoordige tijd

  • ik haal over
  • jij haalt over
  • hij/zij/het haalt over
  • wij halen over
  • jullie halen over
  • zij halen over

Präsens Indikativ

  • ich destilliere
  • du destillierst
  • er/sie/es destilliert
  • wir destillieren
  • ihr destilliert
  • sie destillieren

Onvoltooid verleden tijd

  • ik haalde over
  • jij haalde over
  • hij/zij/het haalde over
  • wij haalden over
  • jullie haalden over
  • zij haalden over

Präteritum Indikativ

  • ich destillierte
  • du destilliertest
  • er/sie/es destillierte
  • wir destillierten
  • ihr destilliertet
  • sie destillierten

Voltooid tegenwoordige tijd

  • ik heb overgehaald
  • jij hebt overgehaald
  • hij/zij/het heeft overgehaald
  • wij hebben overgehaald
  • jullie hebben overgehaald
  • zij hebben overgehaald

Perfekt Indikativ

  • ich habe destilliert
  • du hast destilliert
  • er/sie/es hat destilliert
  • wir haben destilliert
  • ihr habt destilliert
  • sie haben destilliert

Voltooid verleden tijd

  • ik had overgehaald
  • jij had overgehaald
  • hij/zij/het had overgehaald
  • wij hadden overgehaald
  • jullie hadden overgehaald
  • zij hadden overgehaald

Plusquamperfekt Indikativ

  • ich hatte destilliert
  • du hattest destilliert
  • er/sie/es hatte destilliert
  • wir hatten destilliert
  • ihr hattet destilliert
  • sie hatten destilliert

Toekomende tijd I

  • ik zal overhalen
  • jij zult overhalen
  • hij/zij/het zal overhalen
  • wij zullen overhalen
  • jullie zullen overhalen
  • zij zullen overhalen

Futur I Indikativ

  • ich werde destillieren
  • du wirst destillieren
  • er/sie/es wird destillieren
  • wir werden destillieren
  • ihr werdet destillieren
  • sie werden destillieren

Toekomende tijd II

  • ik zal overgehaald hebben
  • jij zult overgehaald hebben
  • hij/zij/het zal overgehaald hebben
  • wij zullen overgehaald hebben
  • jullie zullen overgehaald hebben
  • zij zullen overgehaald hebben

Futur II Indikativ

  • ich werde destilliert haben
  • du wirst destilliert haben
  • er/sie/es wird destilliert haben
  • wir werden destilliert haben
  • ihr werdet destilliert haben
  • sie werden destilliert haben

Conditionalis I

  • ik zou overhalen
  • jij zou overhalen
  • hij/zij/het zou overhalen
  • wij zouden overhalen
  • jullie zouden overhalen
  • zij zouden overhalen

Futur I Konjunktiv II

  • ich würde destillieren
  • du würdest destillieren
  • er/sie/es würde destillieren
  • wir würden destillieren
  • ihr würdet destillieren
  • sie würden destillieren

Conditionalis II

  • ik zou hebben overgehaald
  • jij zou hebben overgehaald
  • hij/zij/het zou hebben overgehaald
  • wij zouden hebben overgehaald
  • jullie zouden hebben overgehaald
  • zij zouden hebben overgehaald

Futur II Konjunktiv II

  • ich würde destilliert haben
  • du würdest destilliert haben
  • er/sie/es würde destilliert haben
  • wir würden destilliert haben
  • ihr würdet destilliert haben
  • sie würden destilliert haben

Imperatief

  • jij haal over
  • jullie haalt over

Imperativ

  • du destilliere
  • ihr destilliert

Verwijzingen

Bekijk 3 definitie(s) van overhalen