Vervoeging van oversturen

Onbepaalde wijs (infinitief): oversturen

Er is helaas geen Italiaanse vertaling gevonden.


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik stuur over
    • jij stuurt over
    • hij/zij/het stuurt over
    • wij sturen over
    • jullie sturen over
    • zij sturen over
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik stuurde over
    • jij stuurde over
    • hij/zij/het stuurde over
    • wij stuurden over
    • jullie stuurden over
    • zij stuurden over
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb overgestuurd
    • jij hebt overgestuurd
    • hij/zij/het heeft overgestuurd
    • wij hebben overgestuurd
    • jullie hebben overgestuurd
    • zij hebben overgestuurd
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had overgestuurd
    • jij had overgestuurd
    • hij/zij/het had overgestuurd
    • wij hadden overgestuurd
    • jullie hadden overgestuurd
    • zij hadden overgestuurd
  • Toekomende tijd I

    • ik zal oversturen
    • jij zult oversturen
    • hij/zij/het zal oversturen
    • wij zullen oversturen
    • jullie zullen oversturen
    • zij zullen oversturen
  • Toekomende tijd II

    • ik zal overgestuurd hebben
    • jij zult overgestuurd hebben
    • hij/zij/het zal overgestuurd hebben
    • wij zullen overgestuurd hebben
    • jullie zullen overgestuurd hebben
    • zij zullen overgestuurd hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou oversturen
    • jij zou oversturen
    • hij/zij/het zou oversturen
    • wij zouden oversturen
    • jullie zouden oversturen
    • zij zouden oversturen
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben overgestuurd
    • jij zou hebben overgestuurd
    • hij/zij/het zou hebben overgestuurd
    • wij zouden hebben overgestuurd
    • jullie zouden hebben overgestuurd
    • zij zouden hebben overgestuurd
  • Imperatief

    • jij stuur over
    • jullie stuurt over