Vervoeging van persen


Nederlands

Italiaans

Onvoltooid tegenwoordige tijd

  • ik pers
  • jij perst
  • hij/zij/het perst
  • wij persen
  • jullie persen
  • zij persen

Presente

  • io serro
  • tu serri
  • lui/lei/Lei serra
  • noi serriamo
  • voi/Voi serrate
  • loro/Loro serrano

Onvoltooid verleden tijd

  • ik perste
  • jij perste
  • hij/zij/het perste
  • wij persten
  • jullie persten
  • zij persten

Imperfetto

  • io serravo
  • tu serravi
  • lui/lei/Lei serrava
  • noi serravamo
  • voi/Voi serravate
  • loro/Loro serravano

Voltooid tegenwoordige tijd

  • ik heb geperst
  • jij hebt geperst
  • hij/zij/het heeft geperst
  • wij hebben geperst
  • jullie hebben geperst
  • zij hebben geperst

Passato prossimo

  • io ho serrato
  • tu hai serrato
  • lui/lei/Lei ha serrato
  • noi abbiamo serrato
  • voi/Voi avete serrato
  • loro/Loro hanno serrato

Voltooid verleden tijd

  • ik had geperst
  • jij had geperst
  • hij/zij/het had geperst
  • wij hadden geperst
  • jullie hadden geperst
  • zij hadden geperst

Trapassato prossimo

  • io avevo serrato
  • tu avevi serrato
  • lui/lei/Lei aveva serrato
  • noi avevamo serrato
  • voi/Voi avevate serrato
  • loro/Loro avevano serrato

Toekomende tijd I

  • ik zal persen
  • jij zult persen
  • hij/zij/het zal persen
  • wij zullen persen
  • jullie zullen persen
  • zij zullen persen

Futuro semplice

  • io serrerò
  • tu serrerai
  • lui/lei/Lei serrerà
  • noi serreremo
  • voi/Voi serrerete
  • loro/Loro serreranno

Toekomende tijd II

  • ik zal geperst hebben
  • jij zult geperst hebben
  • hij/zij/het zal geperst hebben
  • wij zullen geperst hebben
  • jullie zullen geperst hebben
  • zij zullen geperst hebben

Futuro anteriore

  • io avrò serrato
  • tu avrai serrato
  • lui/lei/Lei avrà serrato
  • noi avremo serrato
  • voi/Voi avrete serrato
  • loro/Loro avranno serrato

Conditionalis I

  • ik zou persen
  • jij zou persen
  • hij/zij/het zou persen
  • wij zouden persen
  • jullie zouden persen
  • zij zouden persen

Condizionale presente

  • io serrerei
  • tu serreresti
  • lui/lei/Lei serrerebbe
  • noi serreremmo
  • voi/Voi serrereste
  • loro/Loro serrerebbero

Conditionalis II

  • ik zou hebben geperst
  • jij zou hebben geperst
  • hij/zij/het zou hebben geperst
  • wij zouden hebben geperst
  • jullie zouden hebben geperst
  • zij zouden hebben geperst

Condizionale passato

  • io avrei serrato
  • tu avresti serrato
  • lui/lei/Lei avrebbe serrato
  • noi avremmo serrato
  • voi/Voi avreste serrato
  • loro/Loro avrebbero serrato

Imperatief

  • jij pers
  • jullie perst

Imperativo

  • tu serra
  • voi/Voi serrate

Verwijzingen

Bekijk 4 definitie(s) van persen