Vervoeging van reject


Engels

Nederlands

Present

  • he/she/it rejects
  • they reject

Onvoltooid tegenwoordige tijd

  • hij/zij/het vriest af
  • zij vriezen af

Simple past

  • he/she/it rejected
  • they rejected

Onvoltooid verleden tijd

  • hij/zij/het vroor af
  • zij vroren af

Present perfect

  • he/she/it has rejected
  • they have rejected

Voltooid tegenwoordige tijd

  • hij/zij/het heeft afgevroren
  • zij hebben afgevroren

Past perfect

  • he/she/it had rejected
  • they had rejected

Voltooid verleden tijd

  • hij/zij/het had afgevroren
  • zij hadden afgevroren

Future

  • he/she/it will reject
  • they will reject

Toekomende tijd I

  • hij/zij/het zal afvriezen
  • zij zult afvriezen

Future perfect

  • he/she/it will have rejected
  • they will have rejected

Toekomende tijd II

  • hij/zij/het zal afgevroren hebben
  • zij zult afgevroren hebben

Conditional present

  • he/she/it would reject
  • they would reject

Conditionalis I

  • hij/zij/het zal afvriezen
  • zij zullen afvriezen

Conditional perfect

  • he/she/it would have rejected
  • they would have rejected

Conditionalis II

  • hij/zij/het zal hebben afgevroren
  • zij zullen hebben afgevroren

Verwijzingen

Bekijk 9 definitie(s) van reject