Vervoeging van rondbreien

Onbepaalde wijs (infinitief): rondbreien

Er is helaas geen Spaanse vertaling gevonden.

  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik brei rond
    • jij breit rond
    • hij/zij/het breit rond
    • wij breien rond
    • jullie breien rond
    • zij breien rond
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik breide rond
    • jij breide rond
    • hij/zij/het breide rond
    • wij breiden rond
    • jullie breiden rond
    • zij breiden rond
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb rondgebreid
    • jij hebt rondgebreid
    • hij/zij/het heeft rondgebreid
    • wij hebben rondgebreid
    • jullie hebben rondgebreid
    • zij hebben rondgebreid
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had rondgebreid
    • jij had rondgebreid
    • hij/zij/het had rondgebreid
    • wij hadden rondgebreid
    • jullie hadden rondgebreid
    • zij hadden rondgebreid
  • Toekomende tijd I

    • ik zal rondbreien
    • jij zult rondbreien
    • hij/zij/het zal rondbreien
    • wij zullen rondbreien
    • jullie zullen rondbreien
    • zij zullen rondbreien
  • Toekomende tijd II

    • ik zal rondgebreid hebben
    • jij zult rondgebreid hebben
    • hij/zij/het zal rondgebreid hebben
    • wij zullen rondgebreid hebben
    • jullie zullen rondgebreid hebben
    • zij zullen rondgebreid hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou rondbreien
    • jij zou rondbreien
    • hij/zij/het zou rondbreien
    • wij zouden rondbreien
    • jullie zouden rondbreien
    • zij zouden rondbreien
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben rondgebreid
    • jij zou hebben rondgebreid
    • hij/zij/het zou hebben rondgebreid
    • wij zouden hebben rondgebreid
    • jullie zouden hebben rondgebreid
    • zij zouden hebben rondgebreid
  • Imperatief

    • jij brei rond
    • jullie breit rond