Vervoeging van rondzeggen

Onbepaalde wijs (infinitief): rondzeggen

Er is helaas geen Italiaanse vertaling gevonden.


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik zeg rond
    • jij zegt rond
    • hij/zij/het zegt rond
    • wij zeggen rond
    • jullie zeggen rond
    • zij zeggen rond
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik zegde rond
    • jij zegde rond
    • hij/zij/het zegde rond
    • wij zegden rond
    • jullie zegden rond
    • zij zegden rond
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb rondgezegd
    • jij hebt rondgezegd
    • hij/zij/het heeft rondgezegd
    • wij hebben rondgezegd
    • jullie hebben rondgezegd
    • zij hebben rondgezegd
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had rondgezegd
    • jij had rondgezegd
    • hij/zij/het had rondgezegd
    • wij hadden rondgezegd
    • jullie hadden rondgezegd
    • zij hadden rondgezegd
  • Toekomende tijd I

    • ik zal rondzeggen
    • jij zult rondzeggen
    • hij/zij/het zal rondzeggen
    • wij zullen rondzeggen
    • jullie zullen rondzeggen
    • zij zullen rondzeggen
  • Toekomende tijd II

    • ik zal rondgezegd hebben
    • jij zult rondgezegd hebben
    • hij/zij/het zal rondgezegd hebben
    • wij zullen rondgezegd hebben
    • jullie zullen rondgezegd hebben
    • zij zullen rondgezegd hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou rondzeggen
    • jij zou rondzeggen
    • hij/zij/het zou rondzeggen
    • wij zouden rondzeggen
    • jullie zouden rondzeggen
    • zij zouden rondzeggen
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben rondgezegd
    • jij zou hebben rondgezegd
    • hij/zij/het zou hebben rondgezegd
    • wij zouden hebben rondgezegd
    • jullie zouden hebben rondgezegd
    • zij zouden hebben rondgezegd
  • Imperatief

    • jij zeg rond
    • jullie zegt rond