Vervoeging van schermen


Nederlands

Engels

Onvoltooid tegenwoordige tijd

  • ik scherm
  • jij schermt
  • hij/zij/het schermt
  • wij schermen
  • jullie schermen
  • zij schermen

Present

  • I contend
  • you contend
  • he/she/it contends
  • we contend
  • you contend
  • they contend

Onvoltooid verleden tijd

  • ik schermde
  • jij schermde
  • hij/zij/het schermde
  • wij schermden
  • jullie schermden
  • zij schermden

Simple past

  • I contended
  • you contended
  • he/she/it contended
  • we contended
  • you contended
  • they contended

Voltooid tegenwoordige tijd

  • ik heb geschermd
  • jij hebt geschermd
  • hij/zij/het heeft geschermd
  • wij hebben geschermd
  • jullie hebben geschermd
  • zij hebben geschermd

Present perfect

  • I have contended
  • you have contended
  • he/she/it has contended
  • we have contended
  • you have contended
  • they have contended

Voltooid verleden tijd

  • ik had geschermd
  • jij had geschermd
  • hij/zij/het had geschermd
  • wij hadden geschermd
  • jullie hadden geschermd
  • zij hadden geschermd

Past perfect

  • I had contended
  • you had contended
  • he/she/it had contended
  • we had contended
  • you had contended
  • they had contended

Toekomende tijd I

  • ik zal schermen
  • jij zult schermen
  • hij/zij/het zal schermen
  • wij zullen schermen
  • jullie zullen schermen
  • zij zullen schermen

Future

  • I will contend
  • you will contend
  • he/she/it will contend
  • we will contend
  • you will contend
  • they will contend

Toekomende tijd II

  • ik zal geschermd hebben
  • jij zult geschermd hebben
  • hij/zij/het zal geschermd hebben
  • wij zullen geschermd hebben
  • jullie zullen geschermd hebben
  • zij zullen geschermd hebben

Future perfect

  • I will have contended
  • you will have contended
  • he/she/it will have contended
  • we will have contended
  • you will have contended
  • they will have contended

Conditionalis I

  • ik zou schermen
  • jij zou schermen
  • hij/zij/het zou schermen
  • wij zouden schermen
  • jullie zouden schermen
  • zij zouden schermen

Conditional present

  • I would contend
  • you would contend
  • he/she/it would contend
  • we would contend
  • you would contend
  • they would contend

Conditionalis II

  • ik zou hebben geschermd
  • jij zou hebben geschermd
  • hij/zij/het zou hebben geschermd
  • wij zouden hebben geschermd
  • jullie zouden hebben geschermd
  • zij zouden hebben geschermd

Conditional perfect

  • I would have contended
  • you would have contended
  • he/she/it would have contended
  • we would have contended
  • you would have contended
  • they would have contended

Imperatief

  • jij scherm
  • jullie schermt

Imperative

  • you contend
  • you contend

Verwijzingen

Bekijk 2 definitie(s) van schermen