Betekenis van:
schermen

schermen
Werkwoord
  • proberen te dreigen
"met [woorden/maatregelen] schermen"
"met zijn adellijke titel schermen"

Hyperoniemen

Hyponiemen

schermen
Werkwoord
  • strijden met degens
"met/op de sabel schermen"

Hyperoniemen

schermen
Werkwoord
  • volgens regels een oefengevecht houden met een blank wapen of een stok
"Zij schermen al jaren samen en zijn ondertussen erg goed geworden."
scherm (het ~ | meervoud schermen)
Zelfstandig naamwoord
  • scherm met afbeelding; beeldscherm; beeldscherm
"Er zitten allemaal vette vingers op het scherm van de tv."

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

scherm (het ~ | meervoud schermen)
Zelfstandig naamwoord
  • wat dient tot bescherming, afwering of om iets aan het gezicht te onttrekken
"een scherm om [het bed]"

Hyperoniemen

Hyponiemen

scherm (het ~ | meervoud schermen)
Zelfstandig naamwoord
  • in theater, voor het podium; het gordijn dat voor een podium hangt
"een kijkje achter de schermen [nemen]"
"achter de schermen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

scherm (het ~ | meervoud schermen)
Zelfstandig naamwoord
  • scherm om beelden op te projecteren; scherm of gordijn; scherm waar beelden op geprojecteerd kunnen worden
"Laat je het scherm even naar beneden, dan doe ik de lichten uit."

Synoniemen

Hyperoniemen

scherm (het ~ | meervoud schermen)
Zelfstandig naamwoord
  • bepaalde bloeiwijze van bloemen

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord